Citaat | Hoge Raad 6 april 2001
Alinea 38 Hoge Raad 6 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0901.
"5. Het hof is voorts van oordeel dat in dezen, ook al is niet gebleken dat terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk is geweest, niet is kunnen blijken dat [verweerster] met de hierboven onder 4 bedoelde mededeling aan VNP niet een redelijke mogelijkheid (in de zin van art. 6:233 sub b BW) heeft geboden om van (de inhoud van) haar algemene voorwaarden kennis te nemen. Daarbij heeft het hof onder meer laten meewegen dat VNP gezien de spanne tijds die tussen de offerte en de opdracht heeft gelegen alleszins gelegenheid heeft gehad om van de geboden mogelijkheid tot kennisneming van de voorwaarden van [verweerster] gebruik te maken. Tevens heeft het hof in aanmerking genomen dat de onderhavige wijze van kennisgeving in de branches waarin VNP verkeert, kennelijk niet ongebruikelijk is, nu blijkens de door haar in het geding gebrachte bescheiden (…):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26, en de alinea staat in dat document op bytes 9734 tot 10610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26 | shasum -a 256