Citaat | Hoge Raad 6 april 2001

Alinea 49 Hoge Raad 6 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0901.

3.6.1 De onderdelen 3, 4, 5 en 6 richten zich tegen rov. 7 van het Hof met de klacht dat het Hof VNP niet heeft toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat zij bij elk voorkomend gebrek steeds onmiddellijk mondeling heeft gereclameerd en dat [verweerster] er toen nooit op heeft gewezen dat reclames schriftelijk dienden te geschieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26, en de alinea staat in dat document op bytes 14875 tot 15230.