Citaat | Hoge Raad 6 april 2001

Alinea 50 Hoge Raad 6 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0901.

Het Hof heeft in genoemde rechtsoverweging geoordeeld dat voor de stelling van VNP dat er vóór 12 januari 1994 sprake is geweest van mondelinge klachten, ook in hoger beroep een begin van bewijs zelfs niet aannemelijk is geworden, en dat, gelet op het slechts in algemene bewoordingen vervatte en niet nader geconcretiseerde bewijsaanbod, onder die omstandigheden geen plaats is voor een nadere bewijslevering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26, en de alinea staat in dat document op bytes 15238 tot 15664.