Citaat | Hoge Raad 6 april 2001
Alinea 55 Hoge Raad 6 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0901.
De onderdelen 4 en 5 bestrijden dat het Hof het bewijsaanbod mocht passeren omdat "ook in hoger beroep een begin van bewijs zelfs niet aannemelijk (is) geworden". De klacht is terecht aangevoerd. Voormeld oordeel van het Hof gaat ofwel uit van de onjuiste rechtsopvatting dat een partij in hoger beroep slechts tot het leveren van bewijs behoeft te worden toegelaten, indien zij al in enigerlei mate haar stelling aannemelijk heeft gemaakt, ofwel van een verboden prognose van het resultaat van de bewijslevering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26, en de alinea staat in dat document op bytes 17105 tot 17631.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d264a6e240d9b0f2950b007b2919765cebad8fe3f199616d82c39ea7d5e4ba26 | shasum -a 256