Citaat | Hoge Raad 10 april 2001
Alinea 18 Hoge Raad 10 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0970.
Blijkens het proces-verbaal van aanvang en sluiting video-observatie d.d. 10 juni 1999 van A.F. Bennink, blz. 427, is in de periode van 4-1-1999 t/m 12-5-1999 een observatie camera geplaatst, met welke camera met een aanzienlijke frequentie, waarbij vrijwel de gehele voormelde periode werd bestreken, opnamen werden gemaakt van de toegangsdeur van de woning aan de [a-straat 1] te [woonplaats]. Uit het proces-verbaal d.d. 4 januari 1999 van A.F. Bennink en C.J. Mol, blz. 429,blijkt, dat het doel van de observaties was om inzicht te krijgen welke personen gebruik maakten van deze woning aan de [a-straat 1] te [woonplaats], waarvan tijdens het gerechtelijk vooronderzoek gebleken was dat de verdachten hiervan gebruik maakten voor de handel in verdovende middelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02cb98788326c378e2cbe7ea31be55a9478b5ae6397c3619b9b062cf6de06f4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02cb98788326c378e2cbe7ea31be55a9478b5ae6397c3619b9b062cf6de06f4e, en de alinea staat in dat document op bytes 7372 tot 8153.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02cb98788326c378e2cbe7ea31be55a9478b5ae6397c3619b9b062cf6de06f4e | shasum -a 256