Citaat | Hoge Raad 10 april 2001

Alinea 21 Hoge Raad 10 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0970.

Al deze omstandigheden afwegend, in onderling verband en samenhang bezien met de tegen verdachte gerezen verdenking van betrokkenheid bij handel in verdovende middelen, komt het hof niet tot de conclusie dat van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte sprake is geweest. Nergens zijn de observaties daadwerkelijk in de persoonlijke levenssfeer van de verdachte doorgedrongen. De observaties hebben door op vele momenten in de voornoemde periode het voor iedere burger waarneembare gedrag van verdachte te registreren, bepaalde patronen van zijn zich in de buitenwereld afspelende leven inzichtelijk gemaakt. De inzichtelijk geworden patronen betreffen niet aspecten van het persoonlijk leven die binnen het respect voor de persoonlijke levenssfeer in het bijzonder op bescherming aanspraak maken, en waarvan een geringe aantasting reeds op een ernstige inbreuk op genoemd recht zou duiden.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02cb98788326c378e2cbe7ea31be55a9478b5ae6397c3619b9b062cf6de06f4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02cb98788326c378e2cbe7ea31be55a9478b5ae6397c3619b9b062cf6de06f4e, en de alinea staat in dat document op bytes 8634 tot 9577.