Citaat | Hoge Raad 10 april 2001

Alinea 25 Hoge Raad 10 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0970.

3.6. Het Hof heeft mede betekenis toegekend aan zijn vaststelling dat de verdachte niet binnenshuis is geobserveerd doch dat de observatie een pand - niet zijnde de woning van de verdachte - betrof van waaruit in drugs zou worden gehandeld, en slechts datgene is geregistreerd hetgeen ieder die zich in de openbare ruimte bevond kon waarnemen. Het oordeel van het Hof dat die omstandigheden hier dienen te worden meegewogen in de beantwoording van de vraag van de vraag op de observatie slechts een beperkte inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, waarvoor de art. 141 en 142 Sv een toereikende wettelijke grondslag bieden, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02cb98788326c378e2cbe7ea31be55a9478b5ae6397c3619b9b062cf6de06f4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02cb98788326c378e2cbe7ea31be55a9478b5ae6397c3619b9b062cf6de06f4e, en de alinea staat in dat document op bytes 10681 tot 11419.