Citaat | Hoge Raad 13 april 2001
Alinea 34 Hoge Raad 13 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1055.
3.3 Het Hof is op grond van hetgeen het heeft overwogen in zijn rov. 4 - 9 in rov. 10 tot de slotsom gekomen dat de bepaling in de exploitatie-overeenkomst betreffende de financiële bijdrage wettelijke grondslag mist. Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat de desbetreffende bepaling en de gehele overeenkomst nietig zijn, zodat partijen over en weer verplicht zijn tot teruggave van hetgeen zij hebben ontvangen (rov. 11 - 13). Tenslotte heeft het Hof met toepassing van art. 6:211 lid 1 BW - voorzover in cassatie van belang - geoordeeld dat de prestatie van de Gemeente naar haar aard niet ongedaan gemaakt kan worden en ook niet in rechte op geld behoort te worden gewaardeerd, zodat de reconventionele vordering is uitgesloten, en dat, nu aan de Gemeente geen vordering tot ongedaanmaking of waardevergoeding ten dienste staat, de conventionele vordering in de gegeven omstandigheden wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid eveneens is uitgesloten (rov. 15 - 18).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0d871018437becd410c958c3999d9686fc41ec591e17f4ff04ab3107e2e8c51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0d871018437becd410c958c3999d9686fc41ec591e17f4ff04ab3107e2e8c51, en de alinea staat in dat document op bytes 9872 tot 10864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0d871018437becd410c958c3999d9686fc41ec591e17f4ff04ab3107e2e8c51 | shasum -a 256