Citaat | Hoge Raad 13 april 2001

Alinea 40 Hoge Raad 13 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1055.

"Bij sommige prestaties, b.v. die welke bestaan in het plegen van een strafbaar feit of in gedragingen welke in strijd zijn met de goede zeden, zal het niet als oirbaar kunnen worden beschouwd, wanneer de rechter bij zijn beslissing moet overgaan tot waardering van de prestatie op een geldsbedrag. Heeft iemand krachtens overeenkomst met een ander voor geld een derde gedood of mishandeld, dan zou het stuitend zijn wanneer de rechter poogde vast te stellen welke geldswaarde de dood of de mishandeling van het slachtoffer voor de opdrachtgever heeft vertegenwoordigd."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0d871018437becd410c958c3999d9686fc41ec591e17f4ff04ab3107e2e8c51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0d871018437becd410c958c3999d9686fc41ec591e17f4ff04ab3107e2e8c51, en de alinea staat in dat document op bytes 13684 tot 14267.