Citaat | Hoge Raad 18 april 2001

Alinea 20 Hoge Raad 18 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1122.

Onderdeel 2 van middel II, dat deze rechtsopvatting van het Hof bestrijdt, treft doel. De bewoordingen van artikel 13b, lid 4, van de Wet laten niet toe vervreemding aan de belastingplichtige zelf of aan een vennootschap die daarmee een fiscale eenheid vormt, aan te merken als vervreemding aan een lichaam dat is verbonden met de belastingplichtige, en de strekking van dit artikel geeft geen aanleiding tot een van die bewoordingen afwijkende uitlegging. Mede gelet op artikel 13b, lid 3, van de Wet, moet immers worden aangenomen dat aan die strekking - voorkomen dat een verlies wegens afwaardering van een vordering op een deelneming definitief wordt terwijl latere waardevermeerdering ervan buiten de Nederlandse heffing wordt gehouden - niet tekort wordt gedaan zolang hetzij de latere waardestijging van de vordering zelf, hetzij het resultaat van (het gedeelte van) de in concernverband naar Nederland overgebrachte onderneming in beginsel tot in Nederland belastbare winst zal leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d901244f925b9a31c38a830d44cd133abbfb1d6fe9abad6060a5cfc9e8eb6c27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d901244f925b9a31c38a830d44cd133abbfb1d6fe9abad6060a5cfc9e8eb6c27, en de alinea staat in dat document op bytes 8114 tot 9121.