Citaat | Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 40 Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1201.
Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd. Voor zover in cassatie van belang heeft het daartoe, samengevat weergegeven, als volgt overwogen. De geheimhoudingsverplichting van de Stichting berust op de wet. De ratio ervan is te voorkomen dat zieken ervan zouden worden weerhouden geneeskundige hulp in te roepen uit vrees dat hetgeen aan de geneeskundige zou blijken of zou worden toevertrouwd, openbaar zou worden wanneer de geheimhouding daarvan niet zou zijn zeker gesteld. Die vrees zou ook kunnen bestaan wanneer de geheimhouding niet ook na het overlijden van de patiënt zou gelden. Aangenomen moet worden dat ook in een geval als het onderhavige de geheimhoudingsplicht kan worden doorbroken wanneer er zwaarwegende aanwijzingen bestaan dat de erflater niet over zijn verstandelijke vermogens beschikte en niet bekwaam was om rechtshandelingen te verrichten en voorts aannemelijk is dat het medisch dossier daarover opheldering zal kunnen geven terwijl deze opheldering niet op andere wijze verkregen kan worden. Zolang echter dergelijke gegronde aanwijzingen niet bestaan, dient van de wilsbekwaamheid van de erflater te worden uitgegaan (rov. 4.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1babb08286508355a57ee2a9c7255149be1fa21e2efb7295814aaf80c14d6ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1babb08286508355a57ee2a9c7255149be1fa21e2efb7295814aaf80c14d6ae, en de alinea staat in dat document op bytes 10491 tot 11674.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b1babb08286508355a57ee2a9c7255149be1fa21e2efb7295814aaf80c14d6ae | shasum -a 256