Citaat | Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 42 Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1201.

3.4 Het Hof heeft overwogen dat het door [eiser] genoemde verlies van het spraakvermogen van de erflater niet van blijvende aard is geweest en dat de door het Hof in zijn arrest vermelde omstandigheden erop wijzen dat de erflater ook op 24 mei 1994 voldoende begrip heeft kunnen hebben van hetgeen hij heeft verklaard. Aan deze gegevens heeft het Hof de gevolgtrekking verbonden dat er geen zwaarwegende aanwijzingen bestaan dat de erflater ten tijde van het verlijden van zijn testament op 24 mei 1994 niet in staat was zijn wil te bepalen en aan deze wil op adequate wijze uitdrukking te geven (rov. 4.4.3-4.4.6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1babb08286508355a57ee2a9c7255149be1fa21e2efb7295814aaf80c14d6ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1babb08286508355a57ee2a9c7255149be1fa21e2efb7295814aaf80c14d6ae, en de alinea staat in dat document op bytes 12383 tot 13011.