Citaat | Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 45 Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1202.
3.2.2 In hoger beroep heeft de Staat zijn vordering primair gebaseerd op het eerste lid en subsidiair op het vijfde lid - inmiddels vernummerd tot zesde lid en door de Hoge Raad in het vervolg ook aldus aan te duiden - van het op 15 mei 1994 in werking getreden art. 75 van de Wet bodembescherming (hierna: Wbb). Het Hof heeft ingevolge de overgangsbepaling, vervat in art. VI van deze wet, de vordering op voormelde grondslag onderzocht, daarbij vooropstellende dat partijen zich vooralsnog hebben beperkt tot de vraag of is voldaan aan (kort gezegd) het relativiteitsvereiste dan wel aan de vereisten voor aansprakelijkheid als neergelegd in art. 75 lid 6 Wbb, en dat, indien zou zijn voldaan aan de vereisten voor aansprakelijkheid zoals neergelegd in het eerste dan wel het zesde lid van art. 75 Wbb, de overige, door Akzo eveneens bestreden, vereisten voor aansprakelijkheid nog nader aan de orde zullen komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de55e5d6015f44f9d93a9d0f092d3f02a2d7d1f29ba2214763ae8c04e67c1f64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de55e5d6015f44f9d93a9d0f092d3f02a2d7d1f29ba2214763ae8c04e67c1f64, en de alinea staat in dat document op bytes 11883 tot 12812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de55e5d6015f44f9d93a9d0f092d3f02a2d7d1f29ba2214763ae8c04e67c1f64 | shasum -a 256