Citaat | Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 52 Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1202.
3.5 Onderdeel B.1 richt zich met een rechtsklacht tegen rov. 5.5.3 van het tussenarrest van 19 maart 1996, waar het Hof met betrekking tot het begrip "ernstige gevaren" in art. 75 lid 6, onder a, heeft overwogen dat het hier gaat om de gevaarlijke aspecten van de verontreinigende stoffen in het algemeen en niet om de gevaren voor mens en milieu van bodemverontreiniging door deze stoffen. De klacht treft doel. In aanmerking genomen dat deze bepaling deel uitmaakt van een wet die tot strekking heeft de bodem te beschermen, en onderdeel is van een regeling betreffende verhaal van kosten van onderzoek en sanering in geval van bodemverontreiniging, moet, mede gelet op haar formulering, worden aangenomen dat met "ernstige gevaren" niet wordt gedoeld op de gevaren die in het algemeen aan een stof zijn verbonden, maar uitsluitend op de gevaren die voor mens en milieu bestaan wanneer deze stof op of in de bodem is gebracht. Anders dan het Hof heeft overwogen brengt deze uitleg niet mee dat afbreuk wordt gedaan aan de met deze regeling beoogde beperking van het relativiteitsvereiste, inhoudende dat niet is vereist dat onrechtmatig jegens enige overheid is gehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de55e5d6015f44f9d93a9d0f092d3f02a2d7d1f29ba2214763ae8c04e67c1f64. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de55e5d6015f44f9d93a9d0f092d3f02a2d7d1f29ba2214763ae8c04e67c1f64, en de alinea staat in dat document op bytes 19077 tot 20264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de55e5d6015f44f9d93a9d0f092d3f02a2d7d1f29ba2214763ae8c04e67c1f64 | shasum -a 256