Citaat | Hoge Raad 20 april 2001
Alinea 53 Hoge Raad 20 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1205.
4.1.1 Middel I keert zich met rechtsklachten tegen de rov. 6 en 8 van 's Hofs eindarrest. In zijn rov. 6 overweegt het Hof, samengevat weergegeven, dat, mede gelet op de vragen die aan de deskundige waren voorgelegd, geen regel of uitgangspunt de deskundige verplichtte om, voor zover al mogelijk, zijn bevindingen als deskundige nader te onderbouwen. In zijn rov. 8 komt het Hof tot zijn oordeel dat het in de eerste plaats aan de deskundige is om uit te maken of, en zo ja, in hoeverre hij bij de eindversie van zijn bericht rekening houdt met het door partijen op het concept van het bericht geleverde commentaar. Het middel verwijt het Hof dat het in de zo-even vermelde rechtsoverwegingen heeft blijk gegeven van een onjuiste opvatting omtrent de verantwoording die de deskundige in de onderhavige zaak in zijn rapport omtrent zijn bevindingen diende af te leggen. Naar de kern genomen komt het betoog van het middel erop neer dat de door de deskundige in zijn bericht opgenomen redengeving niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc9d2bada0945210495dfbb5fddea197ad4e4b30f544233a6019fa1ea3992df4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc9d2bada0945210495dfbb5fddea197ad4e4b30f544233a6019fa1ea3992df4, en de alinea staat in dat document op bytes 13896 tot 14950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc9d2bada0945210495dfbb5fddea197ad4e4b30f544233a6019fa1ea3992df4 | shasum -a 256