Citaat | Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 63 Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1207.

"Tussen partijen staat vast, dat de feitelijke leiding van het lichaam in Nederland gevestigd is (geweest) en de statutaire vestigingsplaats van Home-Choice Inc. in het buitenland is (geweest). Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Invorderingswet 1990 is af te leiden, dat er van is afgezien om in die wet de plaats van vestiging nader te definiëren nu de hantering van een eenduidig begrip voor alle bepalingen niet mogelijk is. Voorts blijkt daar uit, dat de aansprakelijkheid van de leider van een vaste inrichting in Nederland een specifieke regeling betreft voor die gevallen waarin de belastingschuldige zelf - het lichaam dat de vaste inrichting heeft - geen verhaal biedt, daar het zich in het buitenland bevindt en dat de bepaling waar het hier om gaat van belang is om te voorkomen, dat buitenlandse vennootschappen - die niet aan (Nederlands) toezicht zijn onderworpen - een vluchthaven zouden worden voor malafide ondernemers, die dan via een vaste inrichting in Nederland hun praktijken zouden uitoefenen. Mede gelet op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 april 1991, Premie 1989/28, RSV 1992/12, moet ook in een geval als het onderhavige het gebruikte artikel toepasbaar worden geacht."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ca9a65061cbb91a0cf84269982587947ccdabb061fadc43435b6ed69e1271b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ca9a65061cbb91a0cf84269982587947ccdabb061fadc43435b6ed69e1271b5, en de alinea staat in dat document op bytes 15239 tot 16481.