Citaat | Hoge Raad 20 april 2001

Alinea 85 Hoge Raad 20 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1207.

- De strekking van art. 33 wordt mijns inziens onjuist weergegeven. Die strekking is, zoals hieronder zal blijken, een verhaalspunt te creëren (de leider van de vaste inrichting) bij een grijpbare persoon die zich het betaalgedrag van het lichaam dient aan te trekken indien de bestuurders en/of de vennootschap (en vermoedelijk ook hun verhaalsobjecten) zich in het buitenland bevinden. De annotator maakt voorts zelf gewag van een antimisbruikstrekking. Anders dan de annotator suggereert, is de strekking dus niet om het ontbreken van Nederlands toezicht te sanctioneren. Dat zou ook in strijd komen met art. 48 EG-Verdrag en art. 26 IVBPR. (Ik merk op dat er dan ook discussie bestaat over de vraag of de recente Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen wel in overeenstemming is met de EG-Verdragsvrijheden).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ca9a65061cbb91a0cf84269982587947ccdabb061fadc43435b6ed69e1271b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ca9a65061cbb91a0cf84269982587947ccdabb061fadc43435b6ed69e1271b5, en de alinea staat in dat document op bytes 28942 tot 29775.