Citaat | Hoge Raad 6 april 2001

Alinea 41 Hoge Raad 6 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1252.

3.2 [Verweerster] heeft [eiser] gedagvaard tot betaling van de door haar verrichte reparatiewerkzaamheden. In cassatie is slechts de vervolgens door [eiser] in reconventie ingestelde vordering tot vergoeding van schade ten bedrage van aanvankelijk ƒ 131.275,-- van belang. Aan deze vordering heeft hij in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat hij kosten heeft moeten maken omdat [verweerster] asbesthoudende materialen op ondeskundige wijze heeft verwijderd en aangebracht. Daarnaast, aldus de conclusie van eis in reconventie, is [eiser] ervan overtuigd te lijden aan een asbestgerelateerde longaandoening, in verband waarmee hij thans reeds aanspraak maakt op een bedrag groot ƒ 100.000,--. Bij repliek heeft hij deze vordering aldus toegelicht, dat gezien de asbestvervuiling de kans op asbestose of mesothelioom zeer reëel is, en dat de omstandigheid dat deze aandoeningen zich eerst na vele jaren openbaren niet wegneemt dat de schade is te stellen op ƒ 100.000,--.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03, en de alinea staat in dat document op bytes 9258 tot 10251.