Citaat | Hoge Raad 6 april 2001
Alinea 56 Hoge Raad 6 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1252.
3.7 Middel IV keert zich tegen de verwerping van grief IV in rov. 6.12. Grief IV behelsde niet een bezwaar tegen een der vonnissen van de Rechtbank, maar strekte tot toewijzing van een vordering ten bedrage van ƒ 125,-- ter zake van "kosten van de verklaring van Certichem d.d. 27 april 1995", welke vordering in eerste aanleg niet aan de orde was gekomen omdat de Rechtbank het verzet tegen de vermeerdering van eis van 22 februari 1996 gegrond had bevonden. Naar het middel betoogt heeft het Hof ten onrechte, althans zonder toereikende motivering geoordeeld dat grief IV evenals grief III faalde bij gebreke aan voldoende onderbouwing. In "de akte van 22 februari 1996, in eerste aanleg genomen, op pagina 7 onder f heeft [eiser] genoegzaam aangetoond op welke grond [verweerster] deze kosten verschuldigd zou zijn", aldus het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03, en de alinea staat in dat document op bytes 16875 tot 17727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03 | shasum -a 256