Citaat | Hoge Raad 6 april 2001
Alinea 58 Hoge Raad 6 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1252.
3.8 Middel V keert zich met een motiveringsklacht tegen rov. 6.13, waar het Hof overweegt dat hetgeen [eiser] aanvoert tegen de afwijzing door de Rechtbank van de door hem gevorderde vergoeding van immateriële schade niet kan afdoen aan de juistheid van het oordeel te dier zake. Daarbij doelt het Hof op het oordeel van de Rechtbank in rov. 11.11 van haar vonnis van 17 augustus 1995 dat deze vordering moet worden afgewezen omdat niet kan worden vastgesteld dat [eiser] en/of zijn familie een daadwerkelijk risico op het oplopen van een asbestgerelateerde ziekte heeft/hebben gelopen dat aan [verweerster] kan worden toegerekend aangezien:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03, en de alinea staat in dat document op bytes 18207 tot 18862.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03 | shasum -a 256