Citaat | Hoge Raad 6 april 2001

Alinea 68 Hoge Raad 6 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1252.

Voorzover het middel voorts nog klaagt over onvoldoende motivering in het licht van "de erkenning van het vrijkomen van asbest door [verweerster] in deze procedure en de standpunten van [eiser] in eerste aanleg en in appèl" voldoet het niet aan de op grond van art. 407 lid 2 Rv. aan een middel van cassatie te stellen eisen en is het derhalve ook in zoverre tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e47f8f5a45693ac327da78268758d3b50705b317103997401ba1d8b3c0de0a03, en de alinea staat in dat document op bytes 23144 tot 23540.