Citaat | Hoge Raad 17 april 2001
Alinea 34 Hoge Raad 17 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1271.
5.3. Voorzover het middel betoogt dat het Hof de weergave van de telefoongesprekken slechts tot het bewijs had mogen bezigen indien het gesprokene was vertaald door beëdigde vertalers, stelt het een eis die geen steun vindt in het recht, in het bijzonder niet in art. 6 EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecb81000700e0fa58fb97306657f9a94b331f1e60f2b9ecb018f5da33d1e65d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecb81000700e0fa58fb97306657f9a94b331f1e60f2b9ecb018f5da33d1e65d0, en de alinea staat in dat document op bytes 10943 tot 11232.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecb81000700e0fa58fb97306657f9a94b331f1e60f2b9ecb018f5da33d1e65d0 | shasum -a 256