Citaat | Hoge Raad 17 april 2001
Alinea 35 Hoge Raad 17 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1271.
5.4. Voor de beoordeling van het middel voor het overige moet worden vooropgesteld dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat deze uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt. Daarbij mag de rechter datgene terzijde stellen wat deze voor het bewijs van geen waarde acht. Deze beslissing behoeft in beginsel geen motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecb81000700e0fa58fb97306657f9a94b331f1e60f2b9ecb018f5da33d1e65d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecb81000700e0fa58fb97306657f9a94b331f1e60f2b9ecb018f5da33d1e65d0, en de alinea staat in dat document op bytes 11252 tot 11743.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecb81000700e0fa58fb97306657f9a94b331f1e60f2b9ecb018f5da33d1e65d0 | shasum -a 256