Citaat | Hoge Raad 17 april 2001
Alinea 23 Hoge Raad 17 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1272.
“Uit de stukken van het dossier, waaronder met name de verklaringen van de verdachte op 23 en 24 maart 1999 afgelegd (pv V03/O1) is niet aannemelijk geworden dat de verdachte zijn praktijk als revalidatiearts ook in zijn woning uitoefende, noch ook dat de geheimhoudingsverplichting van verdachte zich uitstrekte tot de blanco recepten en tot de recepten welke op naam stonden van andere artsen. Niet is gebleken dat de recepten zich in patiëntendossiers bevonden of op een zodanige andere wijze of plaats waren opgeborgen dat daaruit redelijkerwijze een vermoeden kon ontstaan dat deze stukken aan verdachte in zijn hoedanigheid van arts zouden kunnen zijn toevertrouwd. Op grond van het hiervoor overwogene is het hof van oordeel dat de voormelde recepten, die redelijkerwijs konden dienen om de waarheid aan de dag te brengen, niet op onrechtmatige wijze in beslag zijn genomen”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afca9cd9d41c524358730af79e6bcfcaaa8d3b6c93ccb6058e016258a7d37b8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afca9cd9d41c524358730af79e6bcfcaaa8d3b6c93ccb6058e016258a7d37b8f, en de alinea staat in dat document op bytes 8297 tot 9197.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/afca9cd9d41c524358730af79e6bcfcaaa8d3b6c93ccb6058e016258a7d37b8f | shasum -a 256