Citaat | Hoge Raad 17 april 2001

Alinea 24 Hoge Raad 17 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1272.

4.3. Inbeslagneming van geschriften bij verschoningsgerechtigden, zoals de verdachte, is niet geoorloofd en het gebruik van dergelijke geschriften voor het bewijs is dan ook uitgesloten, tenzij ofwel de verschoningsgerechtigde tot die inbeslagneming toestemming heeft gegeven, ofwel redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over het feit dat de geschriften niet onder het verschoningsrecht vallen, danwel zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen waarin het belang van de waarheidsvinding dient te prevaleren boven de bescherming van het verschoningsrecht. Uitgangspunt daarbij is dat het oordeel omtrent de vraag of bepaalde geschriften object van het verschoningsrecht vormen in beginsel slechts toekomt aan de verschoningsgerechtigde. Indien, zoals in het onderhavige geval, een huiszoeking buiten aanwezigheid en zonder toestemming van de verschoningsgerechtigde plaatsvindt, moet dan ook gelden dat alle aangetroffen geschriften onder het verschoningsrecht vallen, behoudens voorzover er redelijkerwijs geen twijfel over kan bestaan dat deze daarbuiten vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/afca9cd9d41c524358730af79e6bcfcaaa8d3b6c93ccb6058e016258a7d37b8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt afca9cd9d41c524358730af79e6bcfcaaa8d3b6c93ccb6058e016258a7d37b8f, en de alinea staat in dat document op bytes 9217 tot 10297.