Citaat | Hoge Raad 27 april 2001

Alinea 44 Hoge Raad 27 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 27 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1336.

3.4.3 Voorzover het onderdeel ervan uitgaat dat het Hof in zijn rov. 4.2 met "degene die de mededeling heeft gedaan" niet slechts op het oog heeft het lichaam als bedoeld in art. 36 dat tot melding van zijn betalingsonmacht is overgegaan, maar ook personen zoals bestuurders, werknemers of externe adviseurs die namens het desbetreffende lichaam de betalingsonmacht hebben gemeld, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden arrest en kan het derhalve wegens gemis aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/261e9e933dcf2d4defaa429be99ee6033a8760d3abfcd6488b3fdba2104de71a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 261e9e933dcf2d4defaa429be99ee6033a8760d3abfcd6488b3fdba2104de71a, en de alinea staat in dat document op bytes 16714 tot 17254.