Citaat | Hoge Raad 2 mei 2001
Alinea 40 Hoge Raad 2 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 2 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1372.
3.6. Voor oud-deelnemers aan het verzet en zeelieden-oorlogsslachtoffers met een vermeerderd pensioen werd aanvankelijk met betrekking tot het bewijs van buitengewone lasten ter zake van lichamelijke dan wel psychische invaliditeit of ziekte bij wege van goedkeuring een soepel standpunt ingenomen terwijl later, ingevolge de Resolutie van 1 september 1972, B72/21137, BNB 1972/226, voor deze beide groepen en die der militaire oorlogsslachtoffers met een vermeerderd pensioen zonder nader bewijs aftrek van een vast bedrag van f 2400 werd toegestaan. Nadat in de in 3.5 bedoelde toeslag was voorzien, heeft de Staatssecretaris de evengenoemde bijzondere regeling inzake buitengewone lasten ingetrokken en (in de in BNB 1977/246 gepubliceerde versie van de Resolutie) voor zoveel nodig goedgekeurd dat de toeslag voor medisch-sociale kosten van f 3000 als belastingvrije uitkering werd beschouwd onder vermelding dat voorzover met de toeslag uitgaven ter zake van ziekte en invaliditeit werden vergoed, deze uitgaven niet langer als op de betrokkenen drukkende uitgaven kunnen worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37cef09f969e391fde342888590d30f8ba1b50a6e4dd0e55d3c576fc06f6f196. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37cef09f969e391fde342888590d30f8ba1b50a6e4dd0e55d3c576fc06f6f196, en de alinea staat in dat document op bytes 14429 tot 15537.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/37cef09f969e391fde342888590d30f8ba1b50a6e4dd0e55d3c576fc06f6f196 | shasum -a 256