Citaat | Hoge Raad 2 mei 2001

Alinea 51 Hoge Raad 2 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 2 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1372.

4.2. Onder deze omstandigheden had het Hof, gelet op artikel 6:20, lid 4, van de Algemene wet bestuursrecht, het beroep van belanghebbende moeten opvatten als mede te zijn gericht tegen de uitspraak van de Inspecteur, en had het, de inhouding juist oordelend, de uitspraak van de Inspecteur waarbij het bezwaar tegen die inhouding werd afgewezen, dienen te bevestigen. Nu het dit heeft nagelaten, kan ‘s Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. Nu het beroep in cassatie, zij het op een ambtshalve bijgebrachte grond, leidt tot vernietiging van ‘s Hofs uitspraak, moet het gegrond worden verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37cef09f969e391fde342888590d30f8ba1b50a6e4dd0e55d3c576fc06f6f196. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37cef09f969e391fde342888590d30f8ba1b50a6e4dd0e55d3c576fc06f6f196, en de alinea staat in dat document op bytes 18648 tot 19293.