Citaat | Hoge Raad 4 mei 2001
Alinea 40 Hoge Raad 4 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1426.
(2) Het beroep van de eigenaar van een motorrijtuig op overmacht in de zin van art. 31 lid 1 (oud) WVW/art. 185 lid 1 WVW 1994 gaat slechts op als hij aannemelijk maakt dat aan de bestuurder van het motorrijtuig ter zake van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen, voor zover van belang voor de veroorzaking van het ongeval, rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Daarbij zijn eventuele fouten van andere weggebruikers - daaronder begrepen het slachtoffer zelf - alleen van belang, indien zij voor de bestuurder van het motorrijtuig zo onwaarschijnlijk waren dat deze bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening behoefde te houden (HR 22 mei 1992, nr. 14665, NJ 1992, 527). Ten aanzien van kinderen jonger dan 14 jaar is slechts sprake van overmacht wanneer de gedragingen van het kind opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid ter zake van de aanrijding opleveren (HR 1 juni 1990, nr. 13898, NJ 1991, 720 en HR 31 mei 1991, nr. 14163, NJ 1991, 721).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5ccfb1717c400405aea81c9e51d9c78a9a9a1eb0808937fd73319b832ec97d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5ccfb1717c400405aea81c9e51d9c78a9a9a1eb0808937fd73319b832ec97d0, en de alinea staat in dat document op bytes 16255 tot 17292.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5ccfb1717c400405aea81c9e51d9c78a9a9a1eb0808937fd73319b832ec97d0 | shasum -a 256