Citaat | Hoge Raad 4 mei 2001
Alinea 38 Hoge Raad 4 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 4 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1429.
3.2 Aan zijn onder 1 vermelde vordering heeft de Ontvanger ten grondslag gelegd - voor zover in cassatie van belang - dat [eiser] in de te dezen relevante periode feitelijk bestuurder was van [A B.V.] in de zin van art. 36 lid 5, aanhef en onder b, Iw 1990 en dat hij vanaf 1 mei 1991 bestuurder was van [A B.V.] in de zin van art. 36 lid 5, aanhef en onder c, Iw 1990. Voorts heeft de Ontvanger aangevoerd dat de melding van 17 mei 1991 niet tijdig was gedaan, zodat [eiser] op grond van art. 36 lid 4 Iw 1990 aansprakelijk was voor de naheffingsaanslag, nu niet is gebleken van omstandigheden die meebrengen dat de niet tijdige melding niet aan hem is te wijten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72ee75c3116dbd6137e8b14a32b443f7dec00f8dac74b29dfb39bfc7b820795c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72ee75c3116dbd6137e8b14a32b443f7dec00f8dac74b29dfb39bfc7b820795c, en de alinea staat in dat document op bytes 9316 tot 9994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72ee75c3116dbd6137e8b14a32b443f7dec00f8dac74b29dfb39bfc7b820795c | shasum -a 256