Citaat | Hoge Raad 18 september 2001
Alinea 55 Hoge Raad 18 september 2001
Een alinea uit Hoge Raad 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1471.
1. Iedere Staat die Partij is, binnen wiens grondgebied zich een persoon bevindt die ervan wordt verdacht een in artikel 4 bedoeld delict te hebben gepleegd, neemt deze in hechtenis of treft andere wettelijke maatregelen ten einde zijn aanwezigheid te waarborgen, nadat deze Staat zich ervan heeft overtuigd, na een onderzoek van de deze ter beschikking staande gegevens, dat de omstandigheden zulks rechtvaardigen. De hechtenis en andere wettelijke maatregelen dienen overeen te stemmen met het bepaalde in de wetgeving van die Staat, doch mogen slechts zolang worden voortgezet als nodig is om een strafvervolging of uitleveringsprocedure in te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/425c81ad7552fe2bd040c903130c6699be0d9f83a6b8bb970ec52f3af513de19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 425c81ad7552fe2bd040c903130c6699be0d9f83a6b8bb970ec52f3af513de19, en de alinea staat in dat document op bytes 14166 tot 14835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/425c81ad7552fe2bd040c903130c6699be0d9f83a6b8bb970ec52f3af513de19 | shasum -a 256