Citaat | Hoge Raad 8 mei 2001
Alinea 39 Hoge Raad 8 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1472.
4.4. Die overwegingen moeten, in onderlinge samenhang beschouwd, aldus worden verstaan dat tussen de verdachte en diens mededader van een zodanige bewuste en nauwe samenwerking sprake was dat zij de feiten tezamen en in vereniging hebben gepleegd, meer in het bijzonder dat het voorwaardelijk opzet van de verdachte was gericht op het gebruik van het vuurwapen door zijn mededader en op de levensberoving van de slachtoffers.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d18704fe262adc4409bb72966dc995d71d8fe700a154f8c48beebd7529edc348. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d18704fe262adc4409bb72966dc995d71d8fe700a154f8c48beebd7529edc348, en de alinea staat in dat document op bytes 13103 tot 13541.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d18704fe262adc4409bb72966dc995d71d8fe700a154f8c48beebd7529edc348 | shasum -a 256