Citaat | Hoge Raad 8 mei 2001

Alinea 20 Hoge Raad 8 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502.

4. Bij vonnis van 30 juli 1997 heeft de rechtbank hem vrijgesproken van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten en hem terzake van het onder 3 tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis. Vervolgens heeft [verdachte] een tweetal verzoekschriften ingediend, waarin hij verzoekt om toekenning van een bedrag van f. 12.600,-- als vergoeding van immateriële schade die hij ten gevolge van de in het kader van deze strafzaak ondergane voorlopige hechtenis en inverzekeringstelling heeft ondervonden, respectievelijk om toekenning van een bedrag van f. 12.969,82 als vergoeding van kosten van de raadsman gedurende de voorlopige hechtenis en f. 1162,81 als vergoeding van de kosten van de raadsman voor het opstellen van deze verzoekschriften.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a, en de alinea staat in dat document op bytes 7087 tot 7932.