Citaat | Hoge Raad 8 mei 2001
Alinea 30 Hoge Raad 8 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502.
Onder vorengenoemde omstandigheden brengt een redelijke wetsuitlegging van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering met zich, dat verzoeker naar het oordeel van de voorzitter ontvankelijk kan worden geacht in zijn verzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a, en de alinea staat in dat document op bytes 10070 tot 10312.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a | shasum -a 256