Citaat | Hoge Raad 8 mei 2001
Alinea 34 Hoge Raad 8 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502.
8. De door het Hof - in overeenstemming met het arrest van Uw Raad van 14 november 1989, NJ 1990, 274 - gegeven uitleg van art. 591a Sv wordt in gevallen als het onderhavige, waarin de feiten waarvan is vrijgesproken geen enkel verband houden met het feit waarvoor is veroordeeld, veelal als onbevredigend ervaren. Dat blijkt uit de beschikking van de voorzitter van de rechtbank en bijvoorbeeld uit een beschikking van de rechtbank te Zutphen van 17 juli 1997, NJ 1997, 728. Zie ook de kritische kanttekeningen van Van Dorst in Vademecum Strafzaken, 51.6.12. blz. 162d. In de litteratuur is er verder op gewezen dat er ten aanzien van de mogelijkheid van vergoeding van kosten van rechtsbijstand rechtsongelijkheid ontstaat nu de gerechten niet alle op dezelfde wijze de ontvankelijkheidsvraag beantwoorden(1).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a, en de alinea staat in dat document op bytes 11528 tot 12353.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a | shasum -a 256