Citaat | Hoge Raad 8 mei 2001

Alinea 38 Hoge Raad 8 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502.

"4.2. Uit het oogpunt van wetssystematiek kan in het geval dat een onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden aan de woorden "de zaak" in de zinsnede "Indien de zaak eindigt..." geen andere betekenis worden toegekend dan daaraan toekomt in het bepaalde bij het eerste lid van art. 258 Sv, handelende over het aanhangig maken van de zaak ter terechtzitting, luidende: "De zaak wordt ter terechtzitting aanhangig gemaakt door een dagvaarding vanwege de OvJ aan de verdachte betekend; het rechtsgeding neemt hierdoor een aanvang".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a, en de alinea staat in dat document op bytes 15197 tot 15746.