Citaat | Hoge Raad 8 mei 2001

Alinea 50 Hoge Raad 8 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502.

18. Ik wijs erop dat de hier gesignaleerde problematiek ook speelt bij de uitleg van het begrip zaak in art. 89 Sv(5), dat de mogelijkheid kent van toekenning van schadevergoeding voor ondergane voorlopige hechtenis, indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel. Ook hier lopen de interpretaties van de term 'zaak' uiteen. Het Hof te 's-Hertogenbosch kende schadevergoeding toe op grond van art. 89 Sv nadat de verdachte was vrijgesproken van het feit waarvoor de voorlopige hechtenis was toegepast, hoewel de zaak was geëindigd met strafoplegging voor een tweetal andere feiten, waaronder heling. Het Hof oordeelde dat gelet op de aard van de feiten en de tijdstippen waarop de feiten waren begaan of zouden zijn begaan, enig relevant verband tussen het feit waarvan was vrijgesproken en de feiten waarvoor was veroordeeld, ontbrak. Op grond van 'een redelijke (mijn onderstreping: JWF) wetsuitlegging' achtte het Hof de verzoeker ontvankelijk in zijn verzoek (28 november 1994, NJ 1995, 146). Het Hof te Amsterdam kwam tot een tegenovergesteld oordeel in een zaak waarin de verdachte was vrijgesproken van poging tot doodslag en voor opzetheling was veroordeeld. Nu niet kon worden gezegd dat de zaak zonder oplegging van straf of maatregel was geëindigd, verklaarde het Hof de verzoeker niet-ontvankelijk (2 juni 1995, NJ 1995, 522).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a, en de alinea staat in dat document op bytes 22533 tot 23903.