Citaat | Hoge Raad 8 mei 2001
Alinea 57 Hoge Raad 8 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502.
21. Ten slotte besteed ik nog aandacht aan een opmerking die Van Veen maakt in zijn noot onder NJ 1990, 274. Van Veen wijst daarin op een praktische consequentie van deze uitspraak: de hanteerbaarheid van de regeling wordt ermee gediend. Indien een vergoeding wordt gevraagd voor de kosten van de raadsman, zal het voor het gerecht in veel gevallen uitermate moeilijk zijn te bepalen welk deel van de door de raadsman geïnvesteerde tijd in elk van de tenlastegelegde feiten is gestoken. Slechts 'in uitzonderlijke combinaties van niets met elkaar te maken hebbende feiten', kan dit volgens Van Veen met redelijke zekerheid worden vastgesteld. De uitspraak van de Hoge Raad heeft volgens hem het voordeel dat discussies daarover worden vermeden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a, en de alinea staat in dat document op bytes 26382 tot 27141.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a | shasum -a 256