Citaat | Hoge Raad 8 mei 2001

Alinea 61 Hoge Raad 8 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1502.

Schending dan wel verkeerde toepassing van het recht, in het bijzonder van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering en/of verzuim van vormen, doordat het Hof in zijn onder 7 weergegeven beschikking verzoeker niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn verzoek omdat de zaak tegen verzoeker niet is geëindigd zonder straf of maatregel. Een redelijke uitleg van artikel 591a brengt immers mee dat er geen sprake is van één zaak in de zin van dat artikel, indien de dagvaarding meer feiten bevat waartussen geen enkel verband bestaat. Het verzoek tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand waarin verzoeker niet-ontvankelijk werd verklaard, had betrekking op een vrijspraak van feiten die geen enkele relatie hadden met het feit waarvoor verzoeker is veroordeeld, althans is het oordeel dat tussen deze feiten een zodanig verband bestaat dat zij behoren tot dezelfde zaak in de zin van art. 591a Sv zonder nadere motivering, die in de beschikking ontbreekt, onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e94c19a60878fa37896757ccd6ee969ae4956d6299e6ee53a29700ad4b5a954a, en de alinea staat in dat document op bytes 28358 tot 29355.