Citaat | Hoge Raad 11 mei 2001
Alinea 52 Hoge Raad 11 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1555.
(b) Het AZL en OZF moeten zich ervan bewust zijn geweest dat te dezen van strijd met een dwingendrechtelijke wettelijke bepaling sprake was, zodat de overeenkomst tot implanteren van de AICD een verboden strekking had. Hierdoor is de overeenkomst nietig zodat in beginsel de prestatie van het AZL ongedaan moet worden gemaakt. Nu de aard van de prestatie dit uitsluit treedt op de voet van art. 6:210 lid 2 BW vergoeding van de waarde van de prestatie in de plaats van de prestatie (rov. 4.10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a45eb4284a47d4b44938e87ad1bf49e9df83ee119cbd50d893983c885756c16a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a45eb4284a47d4b44938e87ad1bf49e9df83ee119cbd50d893983c885756c16a, en de alinea staat in dat document op bytes 14303 tot 14810.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a45eb4284a47d4b44938e87ad1bf49e9df83ee119cbd50d893983c885756c16a | shasum -a 256