Citaat | Hoge Raad 11 mei 2001

Alinea 47 Hoge Raad 11 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1559.

De klacht kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden, omdat de Rechtbank daaraan niet voorbij heeft gezien. Zij heeft in rov. 3.8 vastgesteld waarin de door Bénetière aan het ontslag van [verweerder] ten grondslag gelegde dringende reden bestond, te weten de door deze opzettelijk verstrekte valse informatie omtrent de reden van de beëindiging van zijn dienstverband bij de NMB-Bank in 1983 tijdens zijn sollicitatiegesprek bij Errut Europa in 1989 en de herhaling daarvan op 11 november 1996 en op 22 november 1996. De Rechtbank heeft vervolgens in rov. 3.14 geoordeeld dat deze door Bénetière gestelde reden niet een dringende reden opleverde, zodat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b245bbad8db1249a3afbac9169c41a63f0a9f1f5b0ebf46b37fe048b80d7a622. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b245bbad8db1249a3afbac9169c41a63f0a9f1f5b0ebf46b37fe048b80d7a622, en de alinea staat in dat document op bytes 14300 tot 15050.