Citaat | Hoge Raad 11 mei 2001

Alinea 49 Hoge Raad 11 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1559.

De Rechtbank heeft in rov. 3.12 van haar vonnis met juistheid vooropgesteld dat bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking moeten worden genomen. Vervolgens heeft zij in rov. 3.13 overwogen dat [verweerder] gedurende ruim 7 jaar naar tevredenheid van zijn werkgever (Errut Europa) heeft gefunctioneerd als boekhouder/administrateur. Door te oordelen dat in die omstandigheden het (veronderstellenderwijs aangenomen) bij de sollicitatie verschaffen van foutieve informatie en het later nog eens herhalen daarvan geen ontslag op staande voet rechtvaardigen, heeft de Rechtbank geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel van de Rechtbank is zozeer verweven met waarderingen van feitelijke aard, dat het voor het overige in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. Het is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. De klacht faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b245bbad8db1249a3afbac9169c41a63f0a9f1f5b0ebf46b37fe048b80d7a622. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b245bbad8db1249a3afbac9169c41a63f0a9f1f5b0ebf46b37fe048b80d7a622, en de alinea staat in dat document op bytes 15415 tot 16417.