Citaat | Hoge Raad 11 mei 2001

Alinea 39 Hoge Raad 11 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1565.

3.2 De Rechtbank heeft de vorderingen toegewezen. Het Hof heeft de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd behalve ten aanzien van de onder I en II van het vonnis van 2 juli 1997 toegewezen bedragen en heeft de vorderingen toegewezen zoals hiervoor onder 1 is vermeld. Met betrekking tot de door Ridgefield ingestelde vordering heeft het Hof in zijn tussenarrest van 16 juni 1998 overwogen, dat in een situatie als de onderhavige, waarin een debiteur een factuur ontvangt, hij de verplichting heeft, op straffe van verval van het recht de juistheid van de factuur te betwisten, om na de ontvangst van de factuur de juistheid daarvan te controleren en om, bij gebleken onjuistheid, daartegen binnen bekwame tijd te protesteren (art. 6:89 BW). Deze bekwame tijd is in beginsel gelijk te stellen met de betalingstermijn, welke te dezen veertien dagen bedroeg, zodat nu het eerste protest eerst heeft plaatsgevonden nadat drie maanden na de laatste factuur waren verstreken, aangenomen moet worden dat [eiseres 2] niet tijdig tegen de facturen van Ridgefield heeft geprotesteerd (rov. 5.3 en 5.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/439e96fd802962ad63c866d787cf5406699b9876a069623503777f18632aa88b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 439e96fd802962ad63c866d787cf5406699b9876a069623503777f18632aa88b, en de alinea staat in dat document op bytes 8709 tot 9813.