Citaat | Hoge Raad 11 mei 2001

Alinea 41 Hoge Raad 11 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1565.

3.3 De klachten a en b van onderdeel 2.1, die gericht zijn tegen rov. 5.3 van het bestreden tussenarrest, treffen doel. Voor zover het Hof ervan is uitgegaan dat de schuldenaar die de juistheid van een hem toegezonden factuur wil betwisten, onder alle omstandigheden gehouden is zulks te doen binnen bekwame tijd na ontvangst ervan, vindt deze regel in haar algemeenheid geen steun in het recht. Mocht het Hof hebben bedoeld dat in dit geval art. 6:89 BW toepassing verdient, dan is het Hof uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, omdat het opstellen en het toezenden van een factuur niet kunnen gelden als een prestatie zoals in dit artikel wordt bedoeld. In het algemeen kan evenmin als juist worden aanvaard, dat slechts tijdig tegen de juistheid van een factuur bezwaar gemaakt kan worden binnen de door de schuldeiser gestelde betalingstermijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/439e96fd802962ad63c866d787cf5406699b9876a069623503777f18632aa88b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 439e96fd802962ad63c866d787cf5406699b9876a069623503777f18632aa88b, en de alinea staat in dat document op bytes 10295 tot 11161.