Citaat | Hoge Raad 18 mei 2001

Alinea 78 Hoge Raad 18 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 18 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1694.

4.2 Middel II bestrijdt het oordeel van de Rechtbank dat de Kantonrechter zich bevoegd kon achten van het verzoek kennis te nemen (rov. 5.3.1 en 5.3.2). Het middel is tevergeefs voorgesteld. Bij gebreke van een Nederland bindende verdragsbepaling die betrekking heeft op de bevoegdheid van een verzoek als het onderhavige kennis te nemen, heeft de Rechtbank met juistheid geoordeeld dat de Kantonrechter zich op grond van art. 672 in verbinding met art. 429c leden 14 en 15 Rv. bevoegd kon achten, nu, naar in cassatie niet is bestreden, de erflater de Nederlandse nationaliteit had en de nalatenschap zich in elk geval ten dele in Nederland bevindt. Ook indien juist zou zijn, zoals het middel aanvoert, dat op de vereffening van de nalatenschap Spaans recht van toepassing is, behoefde dit niet tot een ander oordeel te leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59ddb3cb1a388a15f7514a266844b8f5167db4768d0892f0fc7aa13a8c72b6fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59ddb3cb1a388a15f7514a266844b8f5167db4768d0892f0fc7aa13a8c72b6fd, en de alinea staat in dat document op bytes 16450 tot 17293.