Citaat | Hoge Raad 18 mei 2001

Alinea 28 Hoge Raad 18 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 18 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1698.

Op grond van art. 38 RO, zoals dit artikel sinds 1 januari 1999 luidt, in verbinding met art. 253 lid 1 Rv., had [eiser] van het vonnis van de Kantonrechter bij de Rechtbank te Zwolle in hoger beroep kunnen komen. Dit brengt, gezien voorts art. 96 lid 1 RO, mee dat [eiser] in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard (zie overigens art. 340 Rv.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c269604f9fdb653582e3f143ea8f234e118d4ebb546188bdfd9a1812f27ae5ab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c269604f9fdb653582e3f143ea8f234e118d4ebb546188bdfd9a1812f27ae5ab, en de alinea staat in dat document op bytes 7768 tot 8147.