Citaat | Hoge Raad 22 mei 2001

Alinea 44 Hoge Raad 22 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1760.

4.7. Het bepaalde in art. 68, derde lid (oud), AWR, thans art. 69, derde lid, AWR, de zogenoemde inkeerbepaling, komt er op neer dat een betrokkene zich slechts dan op deze bepaling kan beroepen als hij tijdig is overgegaan tot het alsnog indienen van een aanvullende aangifte of het verstrekken van aanvullende informatie, op zodanige wijze dat het voor de belastingdienst redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat de betrokkene daarmee zijn eerdere onjuiste aangifte of verstrekte informatie rectificeert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab3118494bc58fe7aaa3345ebc9c3b31602d8b6c1a634d7a8a4ff61d444efea4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab3118494bc58fe7aaa3345ebc9c3b31602d8b6c1a634d7a8a4ff61d444efea4, en de alinea staat in dat document op bytes 12485 tot 13003.