Citaat | Hoge Raad 22 mei 2001

Alinea 30 Hoge Raad 22 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1762.

“Bij het onderzoek in beroep van misdaden die vallen binnen de competentie van de Rechtbank voor Zware Straffen of [onleesbaar] worden door de Hoge Raad zittingen gehouden, indien de verdachte of diens gemachtigde daarom vragen altijd, indien er geen verzoek voorligt indien het nodig wordt geacht. Wanneer er in de beroepszaak een zitting wordt gehouden, wordt de zittingsdatum aan de verdachte of diens gemachtigde doorgegeven. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/671d93ed1a7ae4920e62df14b4e39e910e5665b88f90a5de8333dce5061db82a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 671d93ed1a7ae4920e62df14b4e39e910e5665b88f90a5de8333dce5061db82a, en de alinea staat in dat document op bytes 11609 tot 12060.