Citaat | Hoge Raad 22 mei 2001
Alinea 33 Hoge Raad 22 mei 2001
Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1762.
3.7. Het in 3.5 en 3.6 overwogene in aanmerking genomen geeft het in 3.4 weergegeven oordeel van de Rechtbank geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Daarom falen de middelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/671d93ed1a7ae4920e62df14b4e39e910e5665b88f90a5de8333dce5061db82a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 671d93ed1a7ae4920e62df14b4e39e910e5665b88f90a5de8333dce5061db82a, en de alinea staat in dat document op bytes 12762 tot 12986.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/671d93ed1a7ae4920e62df14b4e39e910e5665b88f90a5de8333dce5061db82a | shasum -a 256