Citaat | Hoge Raad 22 mei 2001

Alinea 33 Hoge Raad 22 mei 2001

Een alinea uit Hoge Raad 22 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1763.

3.4.1. De in art. 36e Sr en in titel IIIb van het vierde boek van het Wetboek van Strafvordering vervatte regeling betreft de oplegging van een maatregel, te weten de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit. Het gaat hier niet om een straf, maar om een maatregel die strekt tot het ongedaan maken van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dat de oplegging van die maatregel een plaats heeft gekregen in een strafrechtelijke procedure doet aan het bijzondere karakter van die maatregel niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68b5978b492d4144f93e2d84c3ce79b512db12dfa3b6b3beb32b3c4b3fa5dc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68b5978b492d4144f93e2d84c3ce79b512db12dfa3b6b3beb32b3c4b3fa5dc51, en de alinea staat in dat document op bytes 12691 tot 13323.